Farmacologie: astma en COPD
11
October

By Adem Lewis / in , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , /


Hoi ik ben Danielle, en welkom bij dit flitscollege
over de behandeling van astma en COPD Als je meer wil weten over de ziektes en symptomen,
kijk dan het vorige filmpje over astma en COPD. De belangrijkste onderdelen van behandeling
van astma en COPD zijn: Preventie: Stoppen met roken, vermijden van
prikkels, en voor een deel van de patiënten: een griepvaccinatie. Ook zullen sommige patiënten zuurstoftoediening
nodig hebben, bijvoorbeeld bij een acute astma aanval of bij ernstige COPD. En als derde hebben we natuurlijk de medicamenteuze
mogelijkheden: zorgen voor bronchodilatatie en de ontsteking remmen. In de rest van het filmpje gaan we het hebben
over deze medicamenteuze mogelijkheden Laten we even stil staan bij de normale regeling
van de luchtwegen door het zenuwstelsel. Voor een compleet overzicht kan je mijn filmpje
over het zenuwstelsel kijken. De twee belangrijkste spelers zijn hier de
sympaticus en de parasympaticus. De sympaticus regelt alle veranderingen die
nodig zijn in activiteit (de bekende fight or flight situatie) door adrenaline rond te
pompen: je hart gaat sneller kloppen, je pupillen worden wijder, je gaat zweten en nog wel 100
andere dingen. In de longen zorgt de adrenaline voor bronchodilatatie:
het wijder worden van de luchtwegen, hierdoor neemt de diameter van de bronchiën toe en
wordt het makkelijker om te ademen. De parasympaticus regelt alle veranderingen
in rust (de Rest en digest situatie) met het stofje acetylcholine (de tegenhanger van adrenaline):
de darmen gaan verteren, het hartritme vertraagd, enzovoort. In de longen zorgt de parasympaticus voor
bronchoconstrictie oftewel het nauwer worden van de luchtwegen. Bij astma en COPD willen we graag bronchodilatatie,
zodat de benauwdheid voor de patiënten minder wordt. Eigenlijk willen we dus de situatie van het
sympatische zenuwstelsel nabootsen. We kunnen twee dingen doen: de sympaticus
activeren, of juist de parasympaticus onderdrukken. Dit zijn dan respectievelijk de Selectieve
bèta 2 agonisten en de Antimuscarinerge bronchodilatoren. Selectieve bèta 2 agonisten zoals salbutamol
en salmeterol lijken op adrenaline, behalve dat ze aangrijpen op receptoren die hoofdzakelijk
voorkomen in de longen. Heel handig als je het effect wèl in de longen
wil, maar niet in de rest van het lichaam. Jammer genoeg zitten die receptoren ook een
heel klein beetje in de rest van het lichaam. Hierdoor zijn bijwerkingen van dit middel
onder andere: hartkloppingen en spiertrillingen (tremoren). De antimuscarinerge bronchodilatoren zoals
tiotropium en iptratropriumbromide zorgen voor onderdrukking van de parasympaticus door
de effecten van acetylcholine tegen te werken. Hierdoor zal de bronchocontrictie minder worden
en dus de patiënt minder benauwd. Door het onderdrukken van de Rest and Digest
situatie zijn er wel bijwerkingen zoals verminderde speekselaanmaak (oftewel een droge mond) en
obstipatie. Beide soorten medicatie worden geïnhaleerd,
en komen zo in de longen terecht. Naast bronchodilatatie kunnen we ook de ontstekingsreactie
remmen. Corticosteroïden zoals fluticason en budesonide
onderdrukken het immuunsysteem. Het werkingsmechanisme hiervan is niet helemaal
bekend, maar er wordt gedacht dat ze de uitscheiding van signaalstoffen bij een ontstekingsreactie
remmen, en daardoor de ontsteking verminderen. Door het stoppen van de ontstekingsreactie
krijgt het lichaam de ruimte om zich te herstellen en dit zorgt voor klachten vermindering bij
de patiënt. Corticosteroïden kunnen significante bijwerkingen
hebben, met name als het voor langere tijd oraal gebruikt worden (denk dan aan botontkalking
(osteoporose), diabetes en bij kinderen groeivertraging. Bij luchtwegaandoeningen worden corticosteroïden
veelal geïnhaleerd, hierdoor zijn er veel minder bijwerkingen voor het hele lichaam. Wat we wel nog zien is de medicatie wel de
afweer in de mond en keel vermindert (hier komt het natuurlijk elke keer langs als het
wordt ingenomen) en dit kan zorgen voor schimmelinfecties (orofaryngeale candidiasis, orofaryngeaal
is een fancy woord voor mondholte en candida albicans is de schimmel die deze klacht veroorzaakt,
vandaar de term orofaryngeale candidiasis). Om dit te voorkomen wordt aangeraden om je
mond te spoelen na elke inhalatie met een corticosteroïd, dan spoel je de medicatie
weg en dan heeft het veel minder bijwerkingen. In dit flitscollege heb je de belangrijkste
pijlers van de behandeling van astma en COPD geleerd. Je snapt de werking van de sympaticus en de
parasympaticus in de longen, en hoe we ze kunnen gebruiken om patiënten met astma en
COPD te helpen. Bedankt voor het kijken!


3 thoughts on “Farmacologie: astma en COPD

  1. zou graag een video willen over farmacologie van alle medicatie, zoals cardiale medicatie afstotingsmedicatie

  2. Hallo Danielle, je maakt geweldig duidelijke filmpjes. Dank je wel voor het delen. Heb je toevallig ook een filmpje over Diabetes Mellitus?

  3. Hoi Danielle! Misschien een goede aanvulling om bij een 2e versie ook de voor en nadelen van de Aerosol inhalatoren en de poederinhalatoren te noemen?
    Inmiddels al aan je 8e filmpje bezig, als aanvulling op de gewone leerstof, echt top!

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *